|
De geschiedenis en
ontwikkeling van de gemeente Maarssen
Ontstaan van Maarssen
Van het allereerste begin van Maarssen is niet zoveel bekend. Het begin van
Maarssen zou een houten wachttoren tegen de Noormannen geweest kunnen zijn.
Het is immers zeker dat de Noormannen de Vecht gebruikten als waterweg. Het
officiële bestaan van een nederzetting blijkt pas in 866. De naam Marsua of
Marsna (wat moerassige grond - marse - betekent) komt voor op een lijst van
bezittingen van de bisschop van Utrecht.
Of er ooit sprake is geweest van een geslacht van Maarssen weten we niet. Wat
we wel weten is dat Hemericus van der Meer in 1083 een nieuw huis bouwde in de
bocht van de Vecht. Dat zou er op kunnen duiden dat er al een oud huis had
gestaan. Het Slot stond in de bocht van de Vecht, ongeveer waar nu de
Julianaweg is. Dit kasteel werd door één van de latere bewoners, Steven van
Zuylen van Nijeveld, ‘Zuylenburg’ genoemd. In het rampjaar 1672 valt het
kasteel ten prooi aan de Fransen. Het werd geplunderd en in brand gestoken.
Maximilliaan van Lockhorst laat, nadat hij in 1702 eigenaar is geworden, een
geheel nieuw huis bouwen en rondom een prachtige tuin aanleggen, geheel in
Franse stijl. Dit huis staat bekend als Huis ter Meer. Aan het eind van de
negentiende eeuw echter komt het verval. Nog wel bewoond, maar niet meer
onderhouden, wordt het huis in 1902 voor afbraak verkocht.Van de oude stenen
bouwt men nieuwe huizen. Het park wordt Maarssens eerste uitbreidingsplan: het
gebied met de huidige Parkweg, Julianaweg, Beekweg en Emmaweg.
Buitenplaatsen
Rond het kasteel groeide het dorp. Eerst alleen maar van boeren en knechten,
die al dan niet onderhorig waren aan de heer Van Maarssen. De meeste huizen,
nog van hout, stonden her en der verspreid. Pas in de 16e en 17e eeuw ontstond
er een aangesloten bebouwing, rondom de brug. De brug was toen al het centrum
van het dorp, met aan de ene kant de ‘Prins te Paard’ en aan de overkant
de brouwerij ‘De Eenhoorn’ (op de plaats van de huidige pastorie). Grote
en kleine kooplieden, beurtschippers en neringdoenden vestigden er zich. Deze
uitbreiding was voornamelijk te danken aan het feit dat Maarssen met andere
Vechtdorpen een recreatiecentrum werd voor rijke Amsterdammers, die er in de
17e en 18e eeuw een tweede huis, vaak een kopie van hun Amsterdamse
grachtenhuis, of buitenplaats lieten bouwen.
Eén van de eerste rijke kooplieden, die hier zijn huis liet bouwen was Joan
Huydecoper. Hij werd in 1640 Heer van Maarsseveen. Het oorspronkelijke huis
Goudestein (wel anders van uiterlijk dan het huidige gemeentehuis) was al
vanaf 1608 in zijn bezit.

Een van de buitenhuizen langs de Vecht
Armoede in en na de Franse
tijd
Tussen 1795 en 1814 ging ons land en dus ook Maarssen, gebukt onder het juk van
de Franse overheersing. Veel buitenplaatsen werden verwoest en in brand
gestoken, bijvoorbeeld het Slot te Maarssen. Inkomsten uit handel vielen weg en
daardoor kwamen veel buitenplaatsen leeg te staan en werden gesloopt voor
bouwmateriaal. Het oude kasteel de Snaafburg ging onder meer verloren. Restanten
van dit kasteel zijn nog terug te vinden in de Reizende Man.
Een van de Franse maatregelen was de samenvoeging van Maarssenbroek en Maarssen.
Maarssenbroek was op dat moment een gemeente met 19 gezinnen en was op het
gebied van politie, brandweer en onderwijs geheel afhankelijk van Maarssen. Na
het vertrek van de Fransen werd deze maatregel opgeheven, maar in 1857 weer
ingevoerd. Maarssen en Maarssenbroek vormen vanaf die tijd één nieuwe
gemeente: Maarssen.
Ontginners
Het omstreeks 1480 ontstane dorp Oud-Maarsseveen behoorde kerkelijk tot
Tienhoven. De eerste bewoners zijn vast en zeker de ontginners geweest die met
de Zogwetering als ontginningsbasis steeds verder naar het noordoosten
opdrongen, van Herenweg naar Oudendijk (de namen van deze wegen dateren van
later). Een ontwikkeling die omstreeks het einde van de 15e eeuw voltooid is.
Bij gebrek aan brandstof - vooral in de grote steden - gingen zij hun pas
verworven land weer afgraven. Op die manier probeerden ze het hoofd boven water
te houden. De gewonnen turf bleek het tekort uitstekend op te vangen. Maar dit
betekende wel langzaam maar zeker het verlies van de zo noodzakelijke weide- en
akkergronden. Het land werd water en er ontstonden grote veenplassen, waarvan
men in onze tijd de recreatieve waarde heeft ontdekt.
De turfwinnerij trok veel ‘buitenlandse’ arbeiders. Het verschijnsel van de
‘gastarbeider’ kent de veenstreek al lang. In de 17e en 18e eeuw kwamen de
zogenaamde polderjongens in de zomermaanden helpen bij de arbeid in de
veenderijen. Zij kwamen uit de streek rond Veenendaal, later ook uit Gelderland
en zelfs uit Duitsland. Diverse familienamen herinneren nog aan die tijd, want
vaak brachten zij hun familie mee of ze stapten hier in het huwelijksbootje.
Tienhoven
Een stuk land, groot tien hoeven (oppervlakte maat) werd in 1243 door Herman van
Maarssen aan de Pieterskerk van de stad Utrecht verkocht. In 1956 werd de
gemeente Tienhoven opgeheven en bij Maarssen ingedeeld. Met Breukeleveen en
Oud-Maarsseveen vormde Tienhoven een kerkdorp. Toen in de 19e eeuw door de
Franse overheersing de armoede steeds nijpender werd, waren er lieden die, als
in Noord- en Zuid-Holland, probeerden de plassen droog te malen om zo vruchtbare
grond te verkrijgen. Zo iemand was de Belgische graaf de Bethune. In 1850 kreeg
hij toestemming om de plas tussen Vaartdijk en Tienhovenskanaal droog te leggen.
Maar hij had weinig succes. Door het kwel wilde de plas niet droog blijven. Ook
latere pogingen mislukten. Pas toen de Amsterdamse Waterleiding bereid was er
stoombemaling op te zetten lukte het. Nog altijd is deze polder waterwingebied
voor de stad Amsterdam.
Oud-Zuilen
De Vecht stroomopwaarts, richting Utrecht, ligt het plaatsje Oud-Zuilen.
Sinds 1 januari 1954 hoort dit dorp bij de gemeente Maarssen. De gemeente Zuilen
werd toen opgeheven. Het grootste deel van Zuilen werd bij Utrecht gevoegd. Het
andere deel, Oud-Zuilen, bij Maarssen.
Eens was Zuilen met het gerecht Swesereng (tussen Daalsedijk en Lageweide) en
met Westbroek eigendom van de machtige familie van Zuylen. Zij worden al in 1178
als leenmannen van de bisschop genoemd en oefenden zeer veel invloed uit in de
ridderschap van Utrecht, mede door de vele bezittingen die zij zich wisten te
verwerven. In 1693 kwamen het kasteel en het dorp in het bezit van Reynout
Gerhard van Tuyl van Serooskerken. Onder de telgen van het geslacht neemt de
schrijfster Isabella van Tuyl van Serooskerken wel een bijzonder plaats in. Zij
is beter bekend onder de naam Belle van Zuylen. Slot Zuylen is inmiddels een
museum, maar wekt de indruk nog bewoond te zijn.
Industrialisatie
De steenovens waren de eerste industrieën in deze streek. Voor de Zuilense
bevolking waren zij de voornaamste bron van inkomsten. Al in de 16e eeuw is er
sprake van dat langs de Vecht stenen worden gemaakt. Pas in de 19e en 20e eeuw
komt de industrialisatie goed op gang, mede door de aanleg van het tegenwoordige
Amsterdam-Rijnkanaal.
Ambachtslieden breiden hun bedrijf uit of vestigen zich hier. Enkele bedrijven
brengen hun vestiging over naar Maarssen. Zij brachten zoveel personeel mee dat
voor de huisvesting aparte straten moesten worden aangelegd. Bammens is hier een
voorbeeld van. Voor het personeel werd de Friezenbuurt aangelegd. Andere
bedrijven groeiden sterk uit of werden onderdelen van wereldconcerns. Veel
arbeiders, ook uit de streken van Maarsseveen en Tienhoven, vonden werk bij deze
industrieën. Het dorp Maarssen dat tot de Tweede wereldoorlog vrij gesloten
was, veranderde er geheel door. De ene uitbreiding volgde op de andere. Het
‘boerenland’ en de Meerhofstede worden bouwterrein, gevolgd door de
‘Reizende Man’.
Maarssen nu
Maarssen, een gemeente (3186 ha) in het hart van Nederland. Centraal gelegen in
de provincie Utrecht, even ten noorden van de stad Utrecht. Geografisch gezien
een uitstekend punt. Met name voor wat betreft de ligging dicht bij de grote
autowegen. Ten westen ligt de snelweg Amsterdam-Utrecht, aansluitend op het
verkeersplein Oudenrijn met verbindingen richting Den Haag, Rotterdam, Arnhem en
‘s-Hertogenbosch. Maar ook de situering ten opzichte van de luchthaven
Schiphol, de ligging aan het Amsterdam-Rijnkanaal en de ligging aan de spoorlijn
Amsterdam - Utrecht zijn bijzonder aantrekkelijk.
Maarssen, een boeiende gemeente met op dit moment ruim 40.000 inwoners. Een
gemeente met een veelzijdige structuur. Enerzijds de aantrekkelijke oude
dorpskern met attractieve winkelstraten en enkele sfeervolle grachten langs de
Vecht. De fraai aan dezelfde rivier gelegen kern Oud-Zuilen met het slot Zuylen.
De kern Tienhoven met haar boerderijen en vervenerswoningen in een open,
waterrijk polderlandschap. Anderzijds Maarssenbroek met het groots opgezet
winkel- en kantorencomplex Bisonspoor en een NS-station. Tegenstellingen
misschien, maar toch op een bijzonder manier met elkaar verbonden.
Tegenstellingen ook op andere manieren: historie, natuurschoon en
landschappelijk karakter aan de ene kant, het bruisende leven van internationaal
georiënteerde ondernemingen op industrieterreinen elders in de gemeente. Of
prachtige buitenplaatsen aan de Vecht, herinneringen oproepend aan lang
vervlogen tijden, gecombineerd met moderne woningen die laten zien hoe we morgen
wonen.
Maarssen waar wonen, werken, cultuur en recreatie in optima forma samengaan. Een
keur van voorzieningen en een bloeiend verenigingsleven nodigen uit tot de meest
uiteenlopende vormen van vrijetijdsbesteding. Van recreatiebad tot restaurant,
van bibliotheek tot bowlingbaan, van sporthal tot sociaal cultureel centrum.
Maarssen kent duizend-en-één mogelijkheden om u actief of passief te vermaken
en te ontspannen. En ook de natuurliefhebbers en watersporters kunnen vlakbij
terecht: in en om de Maarsseveense en Loosdrechtse plassen vinden ze alles wat
ze zoeken.
Nieuwe ontwikkelingen
Het project Maarsser Bruglocaties rond de Maarsserbrug over het
Amsterdam-Rijnkanaal gaat aan de kant van Maarssen-dorp over de ontwikkeling van
de Stationsweg-Zuid (216 woningen) en de Friezenbuurt-Noord (134 woningen). Aan
de kant van Maarssenbroek gaat het om de ontwikkeling van de Busdijklocatie (136
woningen) en het stationsgebied (detailhandel, kantoorfuncties en andere
commerciële functies). De ontwikkeling van de Maarsser Bruglocaties hangt nauw
samen met de spoorverdubbeling en de komst van een nieuw station. Daarbij speelt
ook het verbeteren van de bereikbaarheid van het station een rol; met name voor
het langzaam verkeer van en naar Maarssen-dorp. In dat kader wordt de
Maarsserbrug verbreed en krijgt de brug in beide richtingen gescheiden fiets en
voetpaden.
Bron: gemeente Maarssen
|